Het werken van uw parket of plankenvloer

Krimpen en zwellen     

 

Hout, en dus ook parket en plankenvloeren, is een levend product en vervormt bij wisselende vochtgehaltes. Afhankelijk van de relatieve, wisselende luchtvochtigheid in uw woning zal uw vloer veranderingen ondergaan. De werking van hout is niet enkel afhankelijk van de luchtvochtigheid maar ook van de temperatuur (onrechtstreeks) en de houtsoort (merbau werkt minder als franse eik).  Ook de breedte van de planken speelt een rol. Eik zal bijvoorbeeld geen problemen geven bij planken in breedtes van 8 cm, maar kan bij bredere stroken van 15 cm minder stabiel zijn. Merbau heeft daar, gezien zijn eigenschappen, veel minder last van. 

Men dient zich er dan ook terdege van bewust te zijn dat hout een natuurproduct is en dat de kans op vervorming, vorming van scheurtjes of spleetjes in de voegen bestaat en moet geaccepteerd worden.

 Om deze natuurlijke eigenschappen zo veel mogelijk te beperken, dient men “als een goede huisvader” zorg te dragen voor de houten vloer. 

Hieronder vindt u belangrijke informatie die u toelaat om uw parket of plankenvloer een lange en gezonde levensduur te geven. Daar de luchtvochtigheid sterk kan variëren tussen zomer en winter (variaties tussen 90% - 20%) zal de parketvloer ook uitzetten en krimpen naargelang het seizoen

 

In de winter gaan vriestemperaturen gepaard met een zeer lage luchtvochtigheid (tot 20% of minder). Als de woonruimtes dan ook nog opgewarmd worden, geeft de parketvloer zijn laatste vocht af waardoor hij sterk begint te werken (krimpen). Radiatoren, luchtconvectoren, convectorputten en vloerverwarming produceren droge lucht. Dit kan tot spleetvorming leiden tussen de planken. Een luchtbevochtiger is een oplossing, zeker bij woningen met grote glaspartijen.. Voldoende groene planten bieden ook soelaas als ze regelmatig water krijgen (wel opletten voor waterdoorsijpeling) maar een elektrische luchtbevochtiger die de vochtigheidsgraad (50 tot 70%) handhaaft is zeer aan te raden om het verbreden van voegen of het krom trekken van parketdelen te vermijden. Ruimtes die in de winter niet courant gebruikt worden, moeten toch lichtjes verwarmd te worden.

 

In de zomer daarentegen stijgt de luchtvochtigheid (denk maar aan de warme, zwoele zomerperiodes in onze contreien). Vensters en deuren worden breed open gezet waardoor de relatieve luchtvochtigheid binnenskamers verhoogd.  Waarden van 80% en meer zijn dan niet uitzonderlijk. Uw houten vloer neemt dit vocht op en zet uit (zwellen). De in de winter ontstane scheurtjes en spleetjes verminderen sterk  of verdwijnen totaal. In theorie zou men dus de verwarming moeten laten draaien in de zwoele zomermaanden, niet om bij te warmen, maar wel om de relatieve luchtvochtigheid te doen dalen. In de praktijk volstaat het om regelmatig de woning goed te verluchten. Het opzwellen in niet verluchte ruimtes kan ervoor zorgen dat de voorziene uitzetvoegen onder de plinten helemaal verdwijnen waarna het parket lokaal los kan komen van het onderparket en bulten zal vertonen. Hier moet men bv. rekening mee houden als men voor een langere periode op vakantie gaat.

 

top

 

Disclaimer  © parketbuelens